Het taal- en rekenniveau in Nederland is de laatste jaren sterk achteruitgegaan, zo blijkt uit onderzoek.
Centrale vraag van het onderzoek is waarom bepaald onderwijsbeleid soms wel werkt en soms niet. Ecbo presenteerde op 15 december 2009 de eerste resultaten van het onderzoek aan de betrokkenen bij Zadkine.
Aan het onderzoek van het ecbo doen 7 mbo-instellingen mee. Zadkine is er daar een van. Op basis van de resultaten van het onderzoek wil de school zijn eigen taal- en rekenbeleid aanscherpen en verbeteren.
Onderzoek
In het eerste jaar van het 3-jarige onderzoek hebben ecbo-onderzoekers Paul Steehouder en Eline Raaphorst zich beziggehouden met de vraag hoe het taal- en rekenbeleid er op de 7 mbo-instellingen uitziet. Hoe krijgt het beleid zijn plek in de les? En leidt het beleid tot beter taalonderwijs en een hoger taalniveau?
De onderzoekers hebben gekeken naar de verschillende sturingsmaatregelen voor taalbeleid en naar de verschillen in het taalaanbod van de mbo’s. Zij hebben hiervoor relevante documenten geanalyseerd en met betrokkenen (directie, teamleden én docenten) gesproken. Door de 7 losse onderzoeken samen te nemen, kan ecbo uiteindelijk een algemeen beeld van het taal- en rekenbeleid – en de effecten daarvan – op mbo-instellingen schetsen.
Lectoraat
Het onderzoek van ecbo sluit goed aan op het werk van Mark Binsbergen, medewerker van het lectoraat van Zadkine. Hij onderzocht in de eerste maanden van dit schooljaar hoe het taalniveau van de eerstejaars is wanneer zij binnenkomen bij Zadkine. Ook bekeek hij hoe dat niveau zich verhoudt ten opzichte van het niveau dat zij zouden moeten halen. De eerste resultaten liegen er niet om: eerstejaars van alle niveaus scoren enorm laag op taal.
Eerste resultaten
Uit de geanalyseerde documenten en gesprekken met betrokkenen hebben de ecbo-onderzoekers af kunnen leiden dat het urgentiebesef bij Zadkine groot is: de school is zich ervan bewust dat zij wat moet doen om het taalniveau van de deelnemers op te krikken. Ook het draagvlak voor het beleid is groot. Een verbeterpunt is volgens de onderzoekers dat er in het taalbeleid nog te weinig indicatoren aanwezig zijn. Veel van de plannen en doelstellingen zijn daardoor niet ‘smart’ (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden), waardoor de teams nog te weinig planmatig werken.
Discussie
Maar hoe kan Zadkine de eerste resultaten nu concreet vertalen in zijn beleid? In de discussie zijn alle betrokkenen het erover eens dat de school meer met indicatoren moet werken. Alleen concrete doelen leiden namelijk tot concrete resultaten. Probleem is echter dat de teams in verschillende fasen zitten en dat de middelen die Zadkine heeft niet onbeperkt zijn. De oplossing volgens de aanwezigen? Decentraal werken volgens een uniforme methodiek.
Een van de aanwezigen verwoordt het aanwezige gevoel: “Taal is leuk en dat moeten we ook uitdragen.” Een conclusie waar ecbo het alleen maar mee eens kan zijn.
Bekijk ook: Willem Houtkoop over taal en rekenen, Competent City 2009: