"Onder de Nederlandse beroepsbevolking is een groot aantal personen relatief vaardig."
Om je heen zie je soms bijzondere dingen die je in geen studie kunt aantreffen. Zo ken ik gezinnen waar echt nauwelijks Nederlands wordt gesproken, maar tegelijkertijd het Nederlands de voertaal is. De ouders van middelbare leeftijd wonen en werken hier al heel lange tijd, maar willen en kunnen zich niet of nauwelijks uitdrukken in woord en geschrift. Hun opgroeiende en schoolgaande kinderen zijn hen op alle fronten de baas als het er op aan komt. Onderhandelingen over ‘hoe laat’ en ‘hoe veel’ worden door de oudste kinderen eenvoudig in het Nederlands beslecht. De ouders zitten er letterlijk bij en kijken ernaar.
In één huishouden scoren deze gezinsleden derhalve laag én hoog op de ladder van basisvaardigheden. In opvoedkundige termen waarschijnlijk een redelijk rampzalige situatie, maar vanuit het perspectief van emancipatie een prachtig resultaat. Dit blijkt ook uit De sociale staat van Nederland, de periodieke barometer van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De tweede generatie allochtone leerlingen doet het op school behoorlijk goed, zeker als je in aanmerking neemt dat hun ouders niet laaggeschoold, maar feitelijk ongeschoold zijn.
Het helpt op deze wijze na te denken over het ecbo-rapport over ‘kernvaardigheden’. Aan de onderkant van de Nederlandse beroepsbevolking zijn er (veel te) veel laaggeletterden. Gelukkig is binnen deze groep een groot aantal personen relatief vaardig. Ook laat het rapport zien dat de spreiding van vaardigheden in Nederland veel geringer is dan in Angelsaksische landen. Een constant patroon door de tijd heen.
Scholing is natuurlijk de belangrijkste preventie tegen lage vaardigheden. Het rapport laat in het midden of curatief beleid helpt. Maar de auteurs zijn ook optimistisch, met name over ict-gebruik. Laaggeletterden maken veel gebruik van computers, een mooi aanknopingspunt om thuis en op het werk veel te leren.